Duur van alimentatie

Over de duur van de alimentatie kunnen afspraken gemaakt worden tussen de ex-partners. Ze kunnen voor een bepaalde of onbepaalde tijd een alimentatieverplichting afspreken, welke eindigt als de afgesproken periode voorbij is.

Als de partners hier samen niet uit komen stelt de rechter de periode vast. De alimentatieverplichting eindigt dan als de door de rechter vastgestelde periode voorbij is.

Als de partneralimentatie op of na 1 jullie 1994 is vastgelegd, en er is geen periode vastgesteld, dan hanteert de wet twee perioden:

Bij een huwelijk met kinderen, of een huwelijk zonder kinderen dat langer dan 5 jaar heeft geduurd hanteert men een periode van 12 jaar.

Een huwelijk zonder kinderen dat niet langer dan 5 jaar heeft geduurd wordt de maximum periode op 5 jaar gesteld. De alimentatie moet net zo lang betaald worden als het huwelijk heeft geduurd.

Bij een partneralimentatie die dateert van vóór 1 juli 1994 gelden andere regels. In principe geldt een maximum van 15 jaar, welke onder bijzondere omstandigheden verlengd kan worden.

De periode gaat van start op het moment dat de echtscheiding is ingeschreven bij de registers van de burgerlijke stand. Onderling is het wel mogelijk om een langere periode dan 12 jaar af te spreken, de rechter kan geen langere periode dan 12 jaar vaststellen.

De partneralimentatie eindigt zodra:

•  één van de ex-partners overlijdt.
•  De alimentatie ontvangende partij trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen.
•  De van te voren vastgestelde periode voorbij is.

De ex-partner kan via juridische weg om wijziging van de afgesproken of vastgelegde periode vragen. Na de alimentatieplicht kan de ex-partner die alimentatie ontvangt bij de rechter om verlenging vragen. Dit is enkel mogelijk als stopzetting voor de alimentatie ontvangende partij bijzonder onredelijk zou zijn. Dit verzoek moet uiterlijk binnen 3 maanden nadat de alimentatieperiode voorbij is ingediend worden bij de rechtbank.