Onderhoudsgeld
In België is het gebruikelijke woord voor ‘alimentatie‘ onderhoudsgeld.
Het Belgische burgerlijk wetboek voorziet een reeks gevallen waarin de persoon verplicht is aan een andere onderhoudsgeld te betalen. Dit kan zijn: Ouders aan hun kinderen, kinderen aan hun ouders, grootouders aan hun kleinkinderen, kleinkinderen aan hun grootouders en echtgenoten onderling.
Dit onderhoudsgeld dient om de behoeftige van een minimale levensstandaard te laten voorzien als hij of zij deze niet zelf kan bereiken. Bij echtgenoten gaat de verplichting verder: De ex-partner moet in staat zijn om een gelijkwaardige levensstandaard te bereiken als voorheen, tijdens het samenleven met de schuldenaar.
Ook kinderen hebben recht op een onderhoudsbijdrage in verhouding met de levensstandaard van beide ouders. Meestal worden onderhoudsverordeningen gebracht voor de vrederechter. Een rechtbank van de eerste aanleg kan over onderhoudsgeld slechts terloops uitspraak doen in het kader van een echtscheidingsprocedure. Een jeugdrechter kan dat als de onderhoudsvordering afhangt van een vordering over het verblijf van het kind.
Als de schuldenaar zelf niet voldoende bezit kan deze niet veroordeeld worden om voor een ander het onderhoudsgeld te betalen.