Scheiding van tafel en bed

Een scheiding van tafel en bed (citaat uit BW Boek 1. artikel 196) is een scheiding waarbij de echtgenoten volgens de wet getrouwd blijven, maar bepaalde rechten en plichten die verbonden zijn aan het huwelijk gelden niet meer.

Een scheiding van tafel en bed komt voornamelijk voor als iemand om financiële of godsdienstige redenen geen echtscheiding wil. Echtgenoten die van tafel en bed gescheiden zijn kunnen om ontbinding van het huwelijk verzoeken.

Als dit verzoek eenzijdig is moet de tafel en bed scheiding drie jaar hebben geduurd alvorens het huwelijk ontbonden kan worden. Een rechter kan – op verzoek van één van de echtgenoten – deze termijn terugdringen naar één jaar. Het wangedrag van de andere echtgenoot moet dan wel zo erg zijn dat van de echtgenoot die het verzoek indient niet kan worden verwacht het huwelijk voort te zetten.

Als het verzoek van ontbinding van het burgerlijk huwelijk gezamenlijk wordt ingediend is er geen termijn aanwezig. Het is de bedoeling dat de procedure bij de rechtbank door een advocaat namens de echtgenoten wordt gevoerd. Zolang er geen onenigheid is tussen de partners kan er van een gezamenlijke advocaat gebrik gemaakt worden. Bij onenigheid dient de advocaat zich terug te trekken.